3. Wettelijke verplichtingen (Terug naar overzicht)
3.1. Inschrijven van leerlingen
3.2. Omgaan met leerlingengegevens
3.3. De leerplicht
3.4. Afwezigheden
3.5. Te laat komen - Schoolverzuim
3.6. Schoolverandering
3.7. Ongevallen en de schoolverzekering
3.8. Luizenproblematiek
3.9. Tijdelijk onderwijs aan huis
3.10. Getuigschrift basisonderwijs
3.1. Inschrijven van leerlingen
• Kleuters mogen pas ingeschreven worden en aanwezig zijn vanaf de eerste dag na een vakantie nadat ze 2 jaar en 6 maanden geworden zijn.
Er zijn zes instapmomenten:
- de eerste schooldag na de zomervakantie
- de eerste schooldag na de herfstvakantie
- de eerste schooldag na de kerstvakantie
- de eerste schooldag van februari
- de eerste schooldag na de krokusvakantie
- de eerste schooldag na de paasvakantie
- de eerste schooldag na het hemelvaartverlof
Ouders kunnen hun kind via de volgende weg inschrijven:
- bij een huisbezoek van één van de leerkrachten
- bij een opendeurdag
- bij de directeur of de secretariaatsmedewerker tijdens de kantooruren (tijdens de grote vakantie hangen de openingsuren uit aan het venster kant Wevelgemstraat)
- na telefonische afspraak met de school : 0474/600.700 (directeur)
Een inschrijving kan pas ingaan na instemming met het schoolreglement en het pedagogisch project van de school.
Deze inschrijving geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan in de school.
Alle kleuters en leerlingen worden op de datum van de inschrijvingen opgenomen in het inschrijvingsregister. Ze worden slechts éénmaal ingeschreven volgens chronologie. Een kleuter die nog geen 2 jaar en 6 maanden is, kan ingeschreven worden. Maar pas wanneer de kleuter voldoet aan de toelatingsvoorwaarden (2,5 jaar zijn), wordt de kleuter opgenomen in het stamboekregister en kunnen de ouders de verklaring van enige inschrijving invullen en handtekenen. Vanaf de volgende instapdatum (zie hierboven) wordt de kleuter toegelaten in de school.
• De scholengemeenschap Sint-Vincentius opteert voor gezamenlijke inschrijvingsperiodes:
- voorrangsperiode voor inschrijving van broertjes en zusjes: vanaf de eerste schooldag na de krokusvakantie tot de paasvakantie
- algemene inschrijvingsperiode: vanaf de eerste schooldag na de paasvakantie
• Bij de inschrijving dient de SIS-kaart te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt .
• Een beetje "thuis" op school:
Belangrijk in het zetten van deze grote stap is de vaststelling dat uw kind klaar is
om naar school te gaan. We mogen immers niet vergeten dat de school een wereld
is vol nieuwe mensen, vreemde kinderen en onbekende ervaringen die een kleuter
onzeker kunnen maken. Vele kleuters komen in de kleuterschool voor het eerst in
een situatie waar ze met leeftijdsgenootjes samen zijn onder begeleiding van een
volwassene die niet hun mama of papa is. Hun opvoeding, die tot nu toe gebeurde
in de geborgenheid van het gezin, wordt voor een deel toevertrouwd aan de school.
De kleuteronderwijzer tracht daarom de gezinssfeer zoveel mogelijk te benaderen.
Hij/zij brengt begrip op voor de aanpassingsmoeilijkheden van elke kleuter
afzonderlijk. In dergelijk klimaat kunnen kleuters spontaan opgroeien en zo krijgt de
gezinsopvoeding een passende aanvulling. Om te leren leven hebben kinderen
andere kinderen nodig om mee te spelen. Kleuters leren al spelend.
De eerste schooldagen verloopt het afscheid nemen tussen ouders en kleuters niet
altijd zo vlot als mama en papa wel zouden wensen. Vanuit hun ervaring raden
onze kleuteronderwijzers de ouders aan de kleuter naar hen te brengen. Die zal
dan samen met het kind kort maar geruststellend afscheid nemen van mama of
papa, zodat de activiteiten kunnen starten dadelijk na het belsignaal.
Het is ook belangrijk uw kind regelmatig naar school te laten komen. De kleuter is
dan veel sneller opgenomen in het klasje en leeft niet voortdurend in twijfel of het
morgen wel of niet naar school zal gaan. Daardoor krijgt uw kind veel sneller
vertrouwen in de "nieuwe" situatie.
Om de aanpassing aan al dat nieuwe te vergemakkelijken, mag uw kind altijd zijn
popje of knuffellapje meebrengen. Het stukje "thuis" doet soms wonderen.
Bij de allerkleinsten is het ook aangeraden om een reservebroekje en kousjes in
hun schooltasje te stoppen. Zo is een onverwacht "ongelukje" snel verholpen. Toch
vragen wij uitdrukkelijk kindjes die nog niet proper zijn nog wat langer thuis
te houden tot ze voldoende zindelijk zijn. Nadien zijn ze zeker welkom.
3.2. Omgaan met leerlingengegevens
De school houdt rekening met de privacywetgeving. Ouders krijgen de garantie dat
alle persoonlijke gegevens enkel door de directie aangewend worden onder de toepassing
van de wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Ouders hebben
het recht deze gegevens op te vragen en zo nodig te laten verbeteren, voor zover ze
betrekking hebben op hun kind en zichzelf.
Documenten die gegevens opvragen krijgen de vermelding “Deze gegevens worden
door de directie van de school strikt aangewend onder de toepassing van de wet ter
bescherming van de persoonlijke levenssfeer.”
3.3. De leerplicht
• In september van het jaar waarin uw kind zes wordt, wordt het leerplichtig. Dit wil
zeggen dat het wettelijk verplicht is om les te volgen. Ook wanneer het op die
leeftijd nog in het kleuteronderwijs blijft, is het dus net als elk ander leerplichtig kind
onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek.
• De kinderen verblijven normaliter 6 jaar in de lagere school. Soms kan de schoolloopbaan
anders verlopen. Een aanpassing aan de schoolloopbaan gebeurt telkens
in samenspraak met het schoolteam, ouders en CLB.
Volgende uitzonderingen kunnen zich hierbij voordoen:
1. Het kind heeft meer tijd nodig om de leerstof te verwerken en zit een jaar over.
2. Een kind is op leergebied zijn leeftijd ver vooruit en slaat een leerjaar over.
3. Een kind verbleef reeds zes jaar in de lagere school, maar het heeft het zesde
leerjaar nog niet afgewerkt of haalt in het zesde leerjaar geen getuigschrift. Het
mag naar het eerste leerjaar B in het secundair (B-stroom). Daar kan het dan
het getuigschrift basisonderwijs behalen.
4. Het leerplichtig kind blijft nog 1 jaar langer in de kleuterschool. (*)
5. De kleuter gaat één jaar vroeger naar het eerste leerjaar. (*)
6. Het kind brengt een achtste jaar in de lagere school door. (*)
(*) Bij de laatste drie is een geschreven advies van het CLB noodzakelijk.
De leerlingen zijn verplicht om alle lessen en activiteiten van hun leerlingengroep te
volgen. Om gezondheidsredenen kunnen er in samenspraak met de directeur aanpassingen
gebeuren.
• De school heeft het recht in bepaalde gevallen de inschrijving van een kind te
weigeren:
- In geval van een anti-houding van de ouders t.o.v. de school en het opvoedingsproject.
- Het MDO geeft weloverwogen en door testen gestaafd advies aan de ouders. Als
school verwachten we dat de ouders dit advies volgen.
Indien het MDO bepaalt dat een kind niet tot een hoger klasniveau kan worden
toegelaten, dan moeten de ouders zich daarbij neerleggen. Indien de ouders dit
niet willen, verwacht de school dat de ouders een andere oplossing zoeken.
Enkel bij de overgang van kleuter naar lager onderwijs kunnen ouders kiezen of
dat gebeurt op 5, 6 of 7 jaar. Ze moeten het advies van het CLB en de school wel
aanhoren maar het is niet bindend. Ouders mogen ook beslissen of de leerling
nog een achtste jaar lager onderwijs volgt.
- Indien een leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief
van de school werd uitgesloten.
• Kinderen kunnen specifieke noden hebben. Van ouders wordt verwacht dat zij dit
meedelen aan de school. De school zal onderzoeken of haar draagkracht voldoende
groot is om het kind de nodige ondersteuning te geven op het vlak van onderwijs,
therapie en verzorging. Indien de ouders, bij inschrijving, nalaten om mee te delen
dat hun kind een attest buitengewoon onderwijs heeft en er de eerste weken na de
inschrijving een vermoeden is van specifieke noden, zal de school haar draagkracht
alsnog onderzoeken.
Bij het onderzoek naar de draagkracht houdt de school, in overleg met de ouders en
het CLB, rekening met:
| |
• De verwachtingen van de ouders ten aanzien van het kind en ten aanzien van de school;
• De concrete ondersteuningsnoden van de leerling op het vlak van leergebieden, sociaal functioneren, communicatie en mobiliteit;
• Een inschatting van het regulier aanwezig draagvlak van de school inzake zorg;
• De beschikbare ondersteunende maatregelen binnen én buiten het onderwijs;
• Het intensief betrekken van de ouders bij de verschillende fasen van het overleg- en beslissingsproces. |
Wanneer de ontbindende voorwaarden niet vervuld zijn om het kind de nodige
specifieke ondersteuning te geven op het vlak van onderwijs, therapie en verzorging
zal de school het kind weigeren. De beslissing wordt binnen vier kalenderdagen bij
aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs aan de ouders van de leerling bezorgd.
Scholen die lid zijn van een LOP melden de weigering ook aan de voorzitter van het
Lokaal Overlegplatform. De bemiddelingscel van het LOP neemt automatisch contact
op met de ouders.
Onze school maakt deel uit van het Lokaal Overlegplatform (stad Menen). Het
contactadres van het LOP is: Johan Debackere (deskundige LOP)
Sint-Alfonsusstraat 30
8800 Roeselare
Ouders krijgen toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur. Na de bemiddeling
door het LOP kunnen ouders alsnog een klacht indienen bij de Commissie inzake
Leerlingenrechten, (deze gegevens vindt u op het weigeringsdocument).
3.4. Afwezigheden
Bij schoolafwezigheden geldt volgende reglementering:
• KLEUTERONDERWIJS
In het kleuteronderwijs moeten afwezigheden, gelet op het feit dat er geen leerplicht
is, niet gewettigd worden door medische attesten. Uit veiligheidsoverwegingen
bevelen we de ouders aan de kleuteronderwijzer en/ of directie te informeren
omtrent de afwezigheid van hun kind.
Leerplichtige kleuters (zie hoofdstuk leerplicht) volgen de regeling die geldt voor
leerlingen van het lager onderwijs (zie hieronder).
• LAGER ONDERWIJS
Voor afwezigheden t.e.m. drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje
van de ouders. Dergelijk briefje kan evenwel slechts vier keer per schooljaar door
de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is steeds een medisch
attest vereist.
Is uw kind meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen afwezig, dan is steeds
een medisch attest vereist. Als het enkel gaat om een consultatie (zoals bv. bezoek
aan de tandarts), dan moet die zo veel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig als:
• het attest geeft de twijfel van de geneesheer aan wanneer deze schrijft “dixit
de patiënt”;
• het attest is geantidateerd of begin- of einddatum ogenschijnlijk werd
vervalst;
• het attest vermeldt een reden die niets met de medische toestand van de
leerling te maken heeft zoals bv. de ziekte van één van de ouders, hulp in
het huishouden,…
De school zal het CLB contacteren telkens ze twijfels heeft over een medisch attest.
Indien een kind een chronische ziekte heeft die leidt tot verschillende afwezigheden
zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bv. astma, migraine), is het
goed contact op te nemen met de school en het CLB. Het CLB kan dan een medisch
attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer het kind afwezig is voor die aandoening
volstaat dan een attest van de ouders.
U verwittigt de school zo vlug mogelijk (bv. telefonisch) en bezorgt ook het attest zo
vlug mogelijk.
Van rechtswege gewettigde afwezigheden
In volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn:
1. het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder
hetzelfde dak woont als het kind, of van een bloed- of aanverwant van het kind;
2. het bijwonen van een familieraad;
3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bv. wanneer het kind in het kader
van een echtscheiding moet verschijnen voor de jeugdrechtbank);
4. het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg
(bv. opname in een onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum);
5. de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bv. door
staking van het openbaar vervoer, door overstroming);
6. het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende
levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische,
joodse, katholieke, orthodoxe, protestantse-evangelische godsdienst)
Concreet gaat het over:
- islamitische feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest (telkens 1 dag);
- joodse feesten: het joods Nieuwjaar (2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag),
het Loofhuttenfeest (2 dagen), het Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine
Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen), het
Wekenfeest (2 dagen);
- orthodoxe feesten: Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren
waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholieke Paasfeest.
De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties.
De protestantse en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die
hiervan afwijken.
De ouders moeten een verklaring (6) of een document met officieel karakter (1 - 5)
kunnen voorleggen ter staving van de afwezigheid. Voor deze afwezigheden is geen
akkoord van de directeur nodig. De ouders verwittigen de school vooraf van
dergelijke afwezigheden.
Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is.
Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op
specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn. Indien de
directeur akkoord is en mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel
document of een verklaring van de ouders, kan de leerling gewettigd afwezig zijn om
één van de onderstaande redenen:
- het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als het kind of van
een bloed- of aanverwant t.e.m. de tweede graad. Voor de dag van de begrafenis
zelf is geen toestemming van de directeur nodig. Het gaat hier over een periode
die het kind eventueel nodig heeft om emotioneel evenwicht terug te vinden
(rouwperiode). Mits toestemming van de directeur kan zo ook een begrafenis van
een bloed- of aanverwant in het buitenland bijgewoond worden.
- het actief deelnemen aan een culturele of sportieve manifestatie, indien het kind
hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Het bijwonen van
trainingen komt niet in aanmerking (zie hiervoor volgend puntje), wel bv. de
deelname aan een kampioenschap/competitie. Het kind kan maximaal 10 halve
schooldagen per schooljaar hiervoor afwezig zijn (hetzij achtereenvolgend, hetzij
gespreid over het schooljaar).
- in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen.
Voor deze afwezigheden moet de directeur op voorhand zijn akkoord verleend
hebben. Het gaat om maximaal 4 halve schooldagen per schooljaar (al dan niet
gespreid).
- deelname aan time-out-projecten
- afwezigheden wegens topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek.
Dit kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week, mits het
vooraf indienen van een dossier met de volgende elementen:
a) een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
b) een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten
sportfederatie;
c) een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend
keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
d) een akkoord van de directie
Bovengenoemde categorieën van afwezigheden zijn geen automatisme, geen recht
dat ouders kunnen opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze
afwezigheden toe te staan.
De directeur zal onder geen beding toestemming geven om vroeger op vakantie te
vertrekken of later terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is
van 1 september t.e.m. 30 juni.
Afwezigheden van kinderen van trekkende bevolking
De volgende regels zijn van toepassing op de kinderen van binnenschippers, kermissen
circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners. Ze zijn niet van toepassing
op kinderen die behoren tot de trekkende bevolking maar die ter plaatse
verblijven (bv. in een woonwagenpark). Die kinderen moeten elke dag op school
aanwezig zijn.
Ouders behorend tot de categorie trekkende bevolking die hun kind inschrijven in een
school, moeten er - net als alle andere ouders - op toezien dat hun kind elke dag op
school aanwezig is.
In uitzonderlijke omstandigheden kunnen zich situaties voordoen waarbij het onvermijdelijk
is dat het kind tijdelijk met de ouders meereist. Deze situaties moeten op
voorhand goed met de school besproken worden. De ouders maken samen met de
school duidelijke afspraken over hoe het kind in die periode met behulp van de school
verder de onderwijstaken zal vervullen (de school zorgt voor een vorm van onderwijs
op afstand) en over hoe de ouders met de school in contact zullen blijven. Deze
afspraken moeten in een overeenkomst tussen de ouders en de school neergeschreven
worden. Enkel als de ouders hun engagementen naleven is het kind
gewettigd afwezig.
Problematische afwezigheden:
Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven
beschreven, zijn te beschouwen als problematische afwezigheden.
Leerlingen die ongewettigd afwezig zijn verliezen hun statuut van regelmatige leerling
overeenkomstig het decreet basisonderwijs. Dit houdt in dat de betrokken leerling in
het zesde leerjaar geen getuigschrift basisonderwijs kan krijgen en dat de school de
betrokken leerling niet kan meetellen voor de personeelsformatie en de toelagen.
De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid
en deze afwezigheid melden aan het CLB. School en CLB zullen in communicatie
met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders
en hun kinderen.
Van zodra het kind meer dan 10 halve schooldagen problematisch afwezig is stelt de
school samen met het CLB een begeleidingsdossier op dat ter inzage is voor de
verificateurs.
|
Indien uw kind in de loop van een schooljaar van school verandert, dan zal de oude
school aan de nieuwe school laten weten hoeveel dagen uw kind reeds
problematisch afwezig geweest is. |
3.5. Te laat komen - Schoolverzuim
Te laat komen stoort het klasgebeuren. Ouders zien erop toe dat hun kind tijdig van
huis naar school vertrekt. Leerlingen die meer dan 15 minuten te laat zijn, melden zich
eerst bij de directie. Na herhaaldelijk te laat komen worden de ouders verwittigd.
Bijkomend standpunt van de school t.o.v. het nemen van extra dagen rond vakantie:
We merken soms dat ouders voor vakantiedagen enkele dagen vroeger vertrekken of
later terugkomen met de kinderen. Deze kinderen missen dus enkele dagen de
lessen. Het standpunt van de school tegenover deze onwettige afwezigheden, die dan
dikwijls wel door de ouders gewettigd worden, is als volgt:
1. Wij staan niet achter deze extra snipperdagen en keuren deze manier van handelen af.
2. In de opvoeding van de kinderen vinden wij het een aanzetten tot spijbelen.
3. Er kan noch op de klastitularis, noch op de zorgcoördinator/zorgleerkracht beroep
gedaan worden om het kind te begeleiden in de leerstof die het op deze manier
gemist heeft.
3.6. Schoolverandering
Elke schoolverandering moet tussen de eerste schooldag van september en de laatste
schooldag van juni schriftelijk door de directie van de nieuwe school aan de directie
van de oorspronkelijke school meegedeeld worden. De nieuwe inschrijving is de
eerste schooldag na deze mededeling rechtsgeldig.
3.7. Ongevallen en de schoolverzekering
Onze school is verzekerd bij: Interdiocesaan Centrum
Guimardstraat 1
1040 Brussel
Onze agent is de Heer Jacqui Dierickx, regio-verantwoordelijke Bisdom Brugge.
Wat bij een ongeval?
• Je krijgt bij een ongeval een formulier van de directie.
• De dokter vult de “verklaring van de geneesheer met de zorgen belast” in.
• Je betaalt de medische kosten rechtstreeks aan de geneesheer.
• Bij de apotheker vraag je een betaalbewijs voor de verzekering en je betaalt alles.
• Je gaat met het doktersbriefje naar het ziekenfonds. Het briefje dat je daar krijgt en
de betalingsbewijzen van de apotheker bezorg je aan de directie (de originele kwijtschriften
en facturen, a.u.b.).
• De school verstuurt alles naar de verzekering. Die betaalt je dan de apothekerskosten
en het niet-terugbetaalde deel van de dokterskosten terug. Voor een vlugge
afhandeling van dit alles is het nodig alle formulieren zo vlug mogelijk aan de
directie te bezorgen.
Aandacht!
We vestigen er uw aandacht op dat uw kind, op school en daarbuiten, zelf verantwoordelijk
is voor zijn/haar schoolgerei, kleding, fiets en al wat uw kind mee naar
school neemt. Dit alles valt buiten de schoolverzekering.
De school kan in geval van beschadiging nooit verantwoordelijk worden gesteld.
Ringen, juwelen, armbanden, kettinkjes en dergelijke worden dus best thuis gelaten.
Vrijwilligers
De school maakt bij de organisatie van verschillende activiteiten gebruik van
vrijwilligers. De nieuwe wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de vrijwilligers
verplicht o.m. de scholen om aan de vrijwilligers een organisatienota voor te leggen.
Omdat elke ouder een schoolreglement ontvangt en voor akkoord ondertekent, kiest
de school ervoor om de organisatienota in het schoolreglement op te nemen. Op die
manier is elke ouder op de hoogte.
Verplichte verzekering
De school heeft een verzekeringscontract afgesloten tot dekking van de burgerlijke
aansprakelijkheid, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid, van de
organisatie en de vrijwilligers. Het verzekeringscontract werd afgesloten bij het
Interdiocesaan Centrum. De polis ligt ter inzage op het schoolsecretariaat.
Vrije verzekering
De school heeft een verzekeringscontract afgesloten tot dekking van de lichamelijke
schade die geleden is door vrijwilligers tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk of
op de weg naar- en van de activiteiten. Het verzekeringscontract werd afgesloten bij
het Interdiocesaan Centrum – polis 1094053. De polis ligt ter inzage op het
schoolsecretariaat.
Vergoedingen
De activiteit wordt onbezoldigd en onverplicht verricht. De organisatie voorziet in geen
enkele vergoeding voor vrijwilligersactiviteiten.
Aansprakelijkheid
De school is aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger aan derden veroorzaakt
bij het verrichten van vrijwilligerswerk. Ingeval de vrijwilliger bij het verrichten van
vrijwilligerswerk de school of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor
zijn bedrog en zijn zware fout. Voor zijn lichte fout is hij enkel aansprakelijk als die
hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
3.8. Luizenproblematiek
Indien er luizen gesignaleerd worden in een klas worden alle ouders met een brief
attent gemaakt op het probleem, opdat iedereen de haren van zijn kind, alsook de
kledij kan behandelen. Op die manier wordt het probleem vlug ingedijkt.
Als het probleem zich blijft stellen wordt het CLB ingeschakeld om de volledige klas te
screenen en zodoende de haarden van besmetting te achterhalen. Het CLB neemt
zelf met de haardgezinnen contact op om een efficiënte behandeling uit te voeren.
Indien het probleem zich bij bepaalde kinderen blijft stellen kan het CLB, in samenspraak
met de gezondheidsinspectie bepalen dat het kind van school verwijderd moet
worden, tot na bewijs van aangepaste behandeling (attest van dokter).
3.9. Tijdelijk onderwijs aan huis
Een leerplichtig kind dat een ononderbroken periode van 21 kalenderdagen afwezig is
wegens ziekte of ongeval (vakantieperiodes inbegrepen), heeft recht op tijdelijk
onderwijs aan huis vanwege de school waar het is ingeschreven als:
• het lager onderwijs volgt,
• de afstand tussen de school en de verblijfplaats van het kind niet meer dan 10 km
bedraagt,
• de ouders een schriftelijke aanvraag hebben ingediend bij de directie, samen met
een medisch attest waaruit blijkt dat het kind onmogelijk naar school kan gaan en
dat het onderwijs mag krijgen.
De directie van de school waar de leerplichtige leerling is ingeschreven organiseert dit
onderwijs aan huis, de dag na het ontvangen van de aanvraag.
Let erop dat:
• het onderwijs aan huis vier lestijden per week omvat,
• er, indien de betrokken leerling voorafgaandelijk onderwijs gekregen heeft in een
ziekenhuisschool of preventorium, overleg gepleegd wordt met de directie van die
school. Ziekenhuisscholen en preventoria verstrekken geen tijdelijk onderwijs aan
huis.
• Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar
binnen een termijn van drie maand opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben
onmiddellijk recht op onderwijs aan huis.
Ook een leerling die wegens ziekte of ongeval, op weekbasis minder dan halftijds
aanwezig is op school, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis. In voorkomend
geval moet uit het medisch attest, blijken dat het kind onmogelijk halftijds of meer
naar school kan gaan.
Chronisch zieke kinderen:
• Voor chronisch zieke kinderen vervalt de wachttijd van 21 kalenderdagen.
Deze kinderen hebben recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve
schooldagen afwezigheid (moeten niet in een ononderbroken periode
doorlopen). Telkens het kind daarop opnieuw 9 halve schooldagen
afwezigheid heeft opgebouwd, heeft het opnieuw recht op 4 uur tijdelijk
onderwijs aan huis;
• Voor chronisch zieke kinderen moet bij de eerste aanvraag tijdens het
betrokken schooljaar een medisch attest worden gevoegd, uitgereikt door
een geneesheer-specialist, dat het chronisch ziektebeeld bevestigt en
waaruit blijkt dat het kind onderwijs mag krijgen. Bij een nieuwe afwezigheid
ten gevolge van deze chronische ziekte tijdens hetzelfde schooljaar is geen
nieuw medisch attest vereist. Er dient wel een nieuwe aanvraag voor tijdelijk
onderwijs aan huis ingediend te worden.
3.10. Getuigschrift basisonderwijs
Het schoolbestuur kan op voordracht en na beslissing van de klassenraad (directie en
klastitularis(sen)) een getuigschrift basisonderwijs aan de regelmatige leerling uit het
gewoon lager onderwijs uitreiken.
De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de
doelen - die in het leerplan zijn opgenomen - heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs
te bekomen.
De beslissing van de klassenraad is steeds het resultaat van een weloverwogen
evaluatie in het belang van de leerling.
Het is uitzonderlijk dat een dergelijke beslissing door de ouders wordt aangevochten.
In voorkomend geval wenden de ouders zich binnen de zeven kalenderdagen tot de
directie die de klassenraad binnen drie werkdagen opnieuw bijeenroept. De betwiste
beslissing wordt opnieuw overwogen. De ouders worden schriftelijk verwittigd van het
resultaat van deze bijeenkomst. Als de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders bij
de voorzitter van het schoolbestuur, binnen een termijn van zeven kalenderdagen na
ontvangst, aangetekend beroep instellen. Het schoolbestuur beslist of de klassenraad
opnieuw wordt samengeroepen. De ouders worden schriftelijk op de hoogte gebracht
van de beslissing van het schoolbestuur. Iedere leerling die bij het voltooien van het
lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een attest
afgeleverd door de directie waarin verklaard wordt dat de leerling de lessen in het
laatste jaar van de basisschool regelmatig gevolgd heeft.
Elke leerling krijgt een BaSo-fiche en, indien geslaagd, ook een getuigschrift.
Dit zijn originele documenten.
Bij verlies van één van deze documenten kan een duplicaat verkregen worden, maar worden administratieve van € 2,5 per document aangerekend. |